Geschiedenis van Vichte

Vichtse geschiedenis in het kort

De oudste vemelding als “Vebta” (verkeerde kopie van Vehta) dateert van 1119. In dat jaar erkent Lambertus, bisschop van Noyon en Doornik, de kerk die ridder Goswin op de nieuw ontgonnen grond “Vebta” gebouwd heeft als parochiekerk.

Het patronaat van de kerk behoort toe aan de heren van Vichte, die het bij uitzondering behouden tot aan de Franse Revolutie. Een eerste kapel, een stichting van de monniken van de abdij van Sint-Diederiks-bij-Reims en gelegen aan de overzijde van de Kasselrijbeek wordt vóór 1119 vernietigd.

Er waren vijf tiendheffers in Vichte, waarvan de heren van Vichte de grootste zijn. De pastoor bezit een derde van de tienden en de hele vlastiend.

In 1474 heeft de heerlijkheid een foncier van 120 bunder, waarvan de helft bos, en 56 achterlenen, waaronder de heerlijkheden te Croix (of ter Croes) in Ingooigem en Tiegem, ter Schagen in Anzegem, Sint-Diederik in Vichte, ter Walle in Ingooigem en Otegem en van de Woestijne in Vichte.
De dorpsheerlijkheid Vichte is gehouden van de Stenen Man van Oudenaarde, maar ze strekt zich zowel uit over de kasselrij Oudenaarde (fractie van de hoofdpointerij Hemsrode) als over de kasselrij Kortrijk. De Kasselrijbeek vormt de grens tussen beide rechtsgebieden.

In 1786 beslaat Vichte-Oudenaarde 196 bunders en Vichte-Kortrijk 127 bunders, respectievelijk 281 en 180 ha. De heerlijkheid en haar achterlenen beslaan bijna de ganse oppervlakte van de parochie Vichte. Andere heerlijkheden die gronden hebben in Vichte (op de grens met Deerlijk) zijn ter Plancke en Hoefstrate, één van de twee achterlenen van Twee Manschepen dat gehouden is van het grafelijk hof van Harelbeke, en waarvan het foncier zich grotendeels uitstrekt over Vichte en Deerlijk.

Tot 1594 behoort Vichte toe aan de familie van der Vichte. Door hoog oplopende schulden is Filips van der Vichte genoodzaakt de heerlijkheid dat jaar te verkopen aan de Antwerpse koopman Maarten de la Faille. Na een naastingsproces voor de Grote Raad van Mechelen komt de heerlijkheid in 1611 in het bezit van de familie van den Bossche, die opnieuw de naam van der Vichte aanneemt. In 1682 wordt de dorpsheerlijkheid gekocht door de familie Fourneau, graven van Cruquembourg, die het kasteel en het neerhof in 1817 verkopen aan Jacob Jos Meyers de Zwijndrecht, eigenaar van Zandhoven.

Het kasteel van de heren van Vichte werd vermoedelijk gebouwd door Goswin van der Vichte, het klimt op tot in de 12de eeuw. Het huidige kasteel is van recentere datum, het verkreeg zijn huidig uitzicht na verschillende bouwcampagnes o.m. in 1597 en 1639. Het kasteeldomein is omgeven door een gedeeltelijk gedempte gracht en is toegankelijk via een poortgebouw dat mogelijk uit de 15de eeuw dateert. De kasteelhoeve sluit aan bij de poort.

De heer van Vichte oefende zijn gezag uit via de baljuw die hem vertegenwoordigde. Hij riep de schepenbank samen, bestuurde met haar de heerlijkheid, oefende rechtspraak uit en waakte over de rechten van de heer. De heer kon de baljuw afzetten en een andere aanstellen wanneer dit nodig was. In Vichte doet zich op het einde van de 17de eeuw een merkwaardige situatie voor. Na de verkoop van het heerlijke kasteel in 1682 wordt het niet meer bewoond door de heer.

Een begoede inwoner en zoon van griffier Frans de Cocq geeft zichzelf de titel van hoogbaljuw en trekt alle macht naar zich toe. Hij bouwt de hoeve z.g. “Het Schaliënhof” (Deerlijkstraat 21) als statussymbool, het administratieve middelpunt van de gemeente verschuift hierdoor van het kasteel naar de hoeve.

Van het eerste kerkgebouw, opgericht door ridder Goswin en opgetrokken in Doornikse steen, zijn het schip en de westgevel bewaard gebleven in de “oude kerk van Vichte”, de Sint-Stephanus en Sint-Theodoricuskerk. Vóór 1363 wordt de kerk vergroot met twee transeptarmen, waardoor er een kruiskerk ontstaat. Het koor dateert uit de 15de eeuw. Ca 1550 worden twee zijbeuken opgetrokken en in 1779 wordt het classicistisch portaal toegevoegd. De schade opgelopen tijdens de Eerste Wereldoorlog, wordt in 1924-1925 hersteld door architect Richard Acke. Omdat de kerk te klein geworden is, wordt er in 1962 een nieuw bedehuis opgericht naar ontwerp van architect Chris Vastesaeger. De 27 m hoge, vrijstaande klokkentoren wordt later bijgebouwd. De oude kerk wordt in 1971-1972 gerestaureerd volgens de plannen van architect P.A. Pauwels en krijgt een culturele bestemming.

De onlusten in de tweede helft van de 16de eeuw beroeren ook Vichte. In 1581 wordt de parochie bijna dagelijks geplunderd door de garnizoenen van Avelgem en Outrijve. De kasteelhoeve wordt verlaten en twee derden van de landbouwgrond blijft onbewerkt liggen. De Negenjarige Oorlog (1688-1697) heeft veel schade aangericht in het dorp.

Op 22 oktober 1918 wordt Vichte bevrijd door de 9th Scottisch Division, dit betekende niet het einde van de oorlog voor de Vichtenaren, want de daaropvolgende dag wordt het centrum door verscheidene granaten getroffen, waarbij onder meer de kerk ernstige schade oploopt.

De eerste trein te Vichte, een reizigerstrein op de lijn Kortrijk-Denderleeuw, stopte in de gemeente op 12 april 1868. De lijn wordt in 1870 overgenomen door de staat en was tevens belangrijk voor het goederentransport. Het station wordt in 1964 afgeschaft, Vichte blijft wel een stopplaats voor treinen op de lijn Oudenaarde-Kortrijk.
De stoomtram Vichte-Kortrijk rijdt van 1912 tot 1942. In 1914 komt er ook een verbinding Vichte-Berchem.

In het begin van de 20ste eeuw gaat Vichte over van een zuiver agrarische gemeenschap met enige weefnijverheid voor thuisarbeiders tot één van de belangrijkste textielcentra van het land. Dit gebeurt mede onder impuls van Joannes Steverlynck die in 1875 een eerste textielbedrijf opricht, gevolgd door een tweede, opgestart door Ivo Bekaert in 1892. Reeds in 1910 zijn er vier katoenweverijen die samen 344 mensen tewerkstellen. Een aantal dat gestaag aangroeit tot 1432 in 1937 en 2411 in 1970. Vichte wordt hierdoor een belangrijke aantrekkingspool voor arbeiders en bedienden uit de wijde omgeving. Heden zijn er twee industrieterreinen te Vichte: één aan de Mekeirleweg en Nijverheidslaan en één aan de Jagershoek. Op de terreinen van het verlaten textielbedrijf Bekaert Textiles (Vichteplaats) wordt een multifunctioneel inbreidingsproject gerealiseerd, waar plaats wordt geboden voor woongelegenheid, handel en commerciële ruimtes, openbare en publieke functies.

Vanaf de jaren 1960 is het dorpscentrum sterk van uitzicht veranderd. In 1962 wordt de nieuwe kerk opgetrokken en in 1975-1976 wordt Rijksweg N 36 verbreed en vernieuwd. In het centrum wijzigt het tracé van de Harelbekestraat en Peter Benoitstraat die voortaan de bedding van de oude tramlijn volgt, ten oosten van het vroegere tracé. Tevens wordt de gemeente uitgebreid met verschillende sociale woonwijken zoals het Nieuw Centrum (Cottereelstraat/Cardijnstraat), tevens ook villabouw o.m. in de Deerlijkstraat en aan het Engels soldatenkerkhof (Elf Novemberlaan, Lendedreef en omliggende straten).
De gemeente wordt gekenmerkt door het groot aantal aan de textielindustrie gelinkte bedrijven, zowel in het dorpscentrum als op de belangrijke uitvalswegen m.n. de Beukenhofstraat, de Oudenaardestraat en de Peter Benoitstraat. Tevens vestigingsplaats van de brouwerij Verhaeghe.

Vichte maakt sinds 1 januari 1977, samen met Anzegem, Gijzelbrechtegem, Ingooigem, Kaster en Tiegem deel uit van de fusiegemeente Anzegem.

Het grondgebied van de gemeente wordt in het noorden begrensd door Waregem, in het westen door Deerlijk. Otegem vormt de zuidelijke grensgemeente en Ingooigem grenst in het westen.
De Kasselrijbeek is de enige belangrijke waterloop. De gemeente wordt van west naar oost doorsneden door de spoorlijn Kortrijk-Brussel. Vichte is een primair handelscentrum met lokale aantrekkingskracht.

Bronnen:
BLOCKEEL L., De Landelijke gemeente 1944-1976. Vichte, Vichte, 1977.
BLOCKEEL L., Van der Vichte. De gemeente, de parochie, de heerlijkheid, het geslacht, Vichte, 1975.
DESPRIET P., De dorpsheerlijkheid en het kasteel van Vichte. Adel en status in Westelijk Vlaanderen, in Archeologische en Historische Monografieën van Zuid-West-Vlaanderen, 55, Kortrijk, 2004.
Dit is West-Vlaanderen, steden-gemeenten-bevolking, deel 3, Sint-Andries, 1962, p. 1938-1949.
HASQUIN H., Gemeenten van België. Geschiedkundig en administratief-geografisch woordenboek, deel. 2, België, 1980, p. 1136-1137.
SANTENS F. (red.), Het geheugen van Vichte. Gedenkboek Leonard Blockeel (24-04-1924 – 06-02-1993), Vichte, 1996.
WARLOP E., BLOCKEEL L., “Nova terra que dicitur Vebta”. De abdij van Sint-Diederik bij Reims en de oudste geschiedenis van Vichte, in De Leiegouw, 9, 1967, p. 5-58.
BLOCKEEL L., De oude parochiekerk van Vichte, Vichte, 1965 (ongepubliceerd).

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *