Geschiedenis van Vichte

Belgisch kampioen cyclocross in Vichte, Georges Furniere

Een bezoek aan het stijlvol ingerichte café Den Hert op Vichteplaats doet niets de stamgasten aan een succesvolle wielercarrière herinneren. George Furnière, vader van Johan, huidige uitbater met zijn moeder Cécile behoorde in de vijftiger jaren immers tot de elite van het cyclocross legioen. Om één of andere duistere reden werd hij door de bekenden “Jobbie” genoemd, de naam die zijn zoon gewillig overnam.

Georges Furnière werd geboren in 1926 en kwam uit een gezin met 11 kinderen. Van de 5 zonen waren er 3 die koersten. Dat Georges begon te koersen, daar zat zijn 16 jaar oudere broer Briek voor veel tussen. Als fietsenhersteller, die zelf nog in het peloton meegetoerd had, had Briek niet veel moeite om ‘de kleinen’ te overhalen. Jobbie debuteerde als 17-jarige in Vichte en won als nieuweling reeds 6 koersen als aangeslotene van S.V. Deerlijk. Tot zijn 25ste is hij op de weg blijven rijden. Hij kon behoorlijk uit de voeten. Als liefhebber bijvoorbeeld won hij negen koersen in één seizoen. Dat was veel als je bedenkt dat ze toen hoogsten twee keer per week op de fiets klommen.

Bovendien was hij helemaal geen spurter en moest hij het van de pure kracht hebben. Na de oorlog in 1946, werd hij onafhankelijke en bleef dat tot eind 1948. Hij behaalde 3 overwinningen en reveleerde zich in een Ronde van België als bergkampioen. Soms werd hij door reporters ook wel ‘Spirou’ genoemd (refererend naar een eekhoorn vanwege zijn blitse klimtalent).

In 1949 werd hij profrenner en koerste tijdens zijn eerste profkoers de 9de plaats in de omloop het Volk. Later ook nog mooie plaatsen in Gent-Wevelgem en De Waalse Pijl. Vele anekdotes zijn voor het nageslacht bewaard gebleven. Zo was indertijd was er de Ronde van Afrika. Met de toen geduchte Alcyon-ploeg nam Georges eraan deel. Hij stond er op een bepaald ogenblik zelfs aan de leiding, maar in een rit had hun sportbestuurder pech met de wagen. Alles wat ze nog bij hen hadden, waren enkele doorweekte rijsttaartjes. Voor de rest mochten ze op hun kin kloppen. Razend van de honger zijn ze naar de koers bij de Algerijnse banketbakker binnengestoven en hebben ze daar misschien wel 15 gebakjes naar binnen geschrokt. We hoeven niet te verklappen dat ze de volgende dag bijna niet meer in het zadel konden van de diarree…

Tijdens de koers Luik-Vichte die in 1946 en 1947 werd georganiseerd nam Jobbie 2 maal deel. Het was een rit van 230 km. George reed er in dienst van Marcel Kint (gewezen wereldkampioen). Marcel Kint vroeg in de eerste editie na 150 km aan Georges: “kleinen, heb je al gegeten ? we gaan beginnen koersen!” Jobbie zat al steendood, doch kwam ploegmaat Marcel Kint even later als eerste over de meet in de Stationsstraat (huidige Beukenhofstraat) te Vichte.

Zijn ware roeping vond Georges pas in ’51 toen hij toevallig begon te veldrijden. Hij was bij een aannemer geweest om ‘s winters te kunnen werken. Maar het weer was zo slecht dat hij niets om handen kreeg. Hij probeerde dus maar eens in de cyclocross. Dat viel onmiddellijk mee. Met Firmin Van Kerrebroeck en Roger De Clerck heeft hij jaren aan de top gestaan. Vergelijk het met de huidige kampioenen Sven Nys, Niels Albert en Kevin Pauwels.

Hij combineerde dit met de uitbating van café Deerlijk-Sport samen met zijn vrouw Cécile die beweerde dat George ‘de ganse uitzet’ van het jonge stel als prijzen heeft bijeen fietste. Tijdens zijn eerste seizoen als veldcrosser in ’52-’53 behaalde hij zijn eerste zege in Zwevegem-Knokke en werd tevens kampioen van West-Vlaanderen te Vlamertinge.

Straffer werd het nog tijdens het Kampioenschap van België in het Henegouwse Waalse Leuze (Lens) waar hij triomfeerde. We citeren een krantenartikel : “Georges Furnière glansrijk kampioen van België cyclo cross” met ondertitel “Flandrien sloeg munt uit verbeten rivaliteit Van Kerrebroeck – R. De Clercq”.
Furnière, zeer taai en sluw maar niet zo vlug, veroverde het commando op een smalle strook en spande alle zeilen bij. Achter hem zat Firmin en die nam geen risico. Wij begrijpen zijn bedoeling. Zodra er voldoende plaatsruimte kwam zou De Clercq met volle geweld reageren en kon Van Kerrebroeck wellicht aan zijn wiel klampen om daarna over de afgebeulde rivaal te wippen. Die theorie viel in duigen. Wanneer De Clercq eindelijk een opening vond was Furnière buiten greep. Georges triomfeerde en lachtte. 27,5 km in 1u10’48” en ‘t was geklonken.

De dagen erna klonk het in de kranten zo : Natuurlijk hebben we “jobke” maandag morgen in zijn sportcafé te Deerlijk bezocht om hem eens over dit kampioenschap te laten vertellen, want ge begrijpt dat het er zondagavond na de voetbalmatch en ‘t clubkampioenschap “volle bak” was, en zijn vrouwtje Cecile evenveel pinten mocht bestellen als Georges proficiat’s in ontvangst mocht nemen. George vertelt: “Ik had een goeie départ en kon al dadelijk op kop komen en voelde reeds in de tweede ronde dat ik een kans had. Toen we in de derde ronde op ‘t bergsken boven gelopen kwamen lag Declercq op kop en mijn ketting sprong af, ik leg die op, veel te nerveus en ze is er een tweede keer af. Declercq had al 75à 100 meter voorsprong en ‘k heb dan bijna 2 km moeten achtervolgen vooraleer ik hem kom krijgen. Zodra ik weer mee op kop zat voelde ik me zegezeker. ‘Clerckske’ had schrik van Kerrebroek en Kerrebroek ook van Declercq. Maar ik zat in een goeie dag. ‘k jaagde me niet op en ‘k voelde meer en meer dat ik er zou winnen. ‘k Spring dan weg op ‘t laatste. ‘k had ‘t goe moment wat Clerck kon moeilijk over Van Kerrebroek. Halfweg ‘t bergsken naar de arrivée als ik mij totaal gewonnen voelde stuikte plots mijn achterband door. ‘t Voelde dat ik plat reed en die laatste meter zat ik dan nog met de schrik. Toch nog geluk dat de koers juist gedaan was.

Georges Furnière werd de donderdagavond na de wedstrijd gehuldigd in Deerlijk als provinciale en nationale veldritkampioen. De gevierde werd samen met zijn vrouw en vader rondgereden in een decapotable, bedolven onder de bloemen. Ook in Vichte werd er gevierd. In feestzaal ‘de rembrandt’ werd een feest op touw gezet door burgemeester Matthys. Georges was echter ontgoocheld toen bleek dat niet zijn favoriet Bobbejaan Schoepen kwam optreden (wegens andere verplichtingen) maar wel Will Ferdy.

Georges stond ook nog in 1957 op het poduim van het BK en won tijdens zijn carrière een 50 tal wedstrijden (waaronder tijdens het seizoen ’54 – ’55 12 van de 26 Belgische nationale crossen). Vooral als er veel te lopen viel, was hij niet te kloppen. Weet dat hij in de week weinig op de fiets zat, maar wel steeds mee oefende met de voetballers van Deerlijk. Tevens ging hij alle dagen een acht tal km lopen.

In het zog van Jobbie zijn succes werd er vanaf 1954 ook een nationale cross in Vichte georganiseerd. Traditie getrouw steeds op 11 november en dit tot 1961. Jobbie won de Vichte cross in 1956. De Vichte cyclo cross ging door in het bosje achter het voetbalterrein van de Groene Duivels (geboortehuis Furnieres) en stond bekend lastig en spectaculair.

In de krant van 1959 lezen we het volgende: “De inrichters hadden alle reden om een brede glimlach op het gelaat te hebben, want was het weder in de voormiddag nogal druilerig geweest, dan was er over de ganse crosstijd een zacht najaarsweertje zonder regen. Neem daarbij een belangstelling zoals er voorzeker nog geen enkele veldrit inrichter kon noteren, met 39 deelnemers, die door oud-wereldkampioen Marcel Kint de baan opgestuurd werden, en het succes kon dan ook kompleet genoemd”.

Ook in Anzegem, Ingooigem en Tiegem werden er die periode een nationale cross gereden. In augustus 57 zijn Georges en Cecile van Deerlijk (café Deerlijk Sport) naar Vichte (café Den Hert) verhuisd. Dat werd een druk bezocht café met feestzaal zodat er van trainen nog weinig in huis kwam en de goede resultaten achterwege blijven. Hij ging kort daarna zijn fiets aan de haak. Naar verluidt zou Jobbie junior deze er terug afhalen voor de veldcross der Vichtenaren op 19 september 2015 ?

Deze ontsluiting is een eerste werkstuk van de terug opstartende Heemkundige Kring de Spinspoele. In een volgend artikel brengen we het dorpsverhaal van pastoor Mussele uit de jaren 1700.

Met dank aan de familie Furniere voor de realisatie van dit eerste artikel.

 

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *