Geschiedenis van Vichte

Het onderwijs in Vichte

Zoals op alle andere gemeenten hebben te Vichte allerlei leerinrichtingen bestaan ; private en openbare, vrije en officiële, jongens- en meisjesscholen, avond- en zondagsscholen, kantwerksterscholen, een spinschool en zelfs een… kostschool.

Tijdens het Ancien Regime werd hier en daar onderwijs verstrekt door personen die er zich toe geroepen voelden hun kennis aan anderen mede te delen. Ze deden dat in hun woning, naast hun gewoon beroep van winkelier, schoenmaker, kleermaker en zo meer.

Zo hadden we te Vichte rond 1760 een zekere Vitalis Taillie, winkelier, schoolmeester en ontvanger van kerk en dis. Hij gaf op bepaalde dagen in zijn winkeltje les in rekenen, lezen en schrijven.

Op 7 maart 1821 werd door de gemeenteraad Jan-Baptist VAN MEENEN aangesteld als gemeentelijk onderwijzer. Het onderwijs verstrekte hij in zijn eigen woning, de herberg op de plaats. Vermoedelijk heeft hij zijn activiteiten stopgezet toen een officiële gemeenteschool werd ingericht in 1829.

Rond diezelfde tijd hield een zekere Marie LAMMERTYN eveneens school. Ze was afkomstig van Deerlijk en werd in haar taak bijgestaan door haar zuster Isabella. Ze was door de gemeente “aangenomen” en kreeg een jaarlijkse vergoeding waarvoor ze aan de kinderen van onbemiddelde ouders kosteloos onderwijs moest verstrekken.

DE EERSTE GEMEENTELIJKE SCHOOL

De eerste werkelijke school te Vichte kwam er in 1829. Op dat ogenblik telde Vichte 1272 inwoners. Burgemeester van Vichte was in 1829 Louis Gekiere, landbouwer op het “Schaliënhof”. Op 19 maart 1829 hield hij op een zitting van de gemeenteraad een korte toespraak, die de raadsleden grote ogen deed opzetten. Hij sprak ongeveer als volgt : “Beste raadsleden. Sedert lang ben ik de mening toegedaan dat wij te Vichte een school zouden moeten oprichten. Het is een eerste noodzakelijkheid om ons dorp vooruit te helpen en we moeten alle middelen aangrijpen om dit te verwezenlijken…

Burgemeester Gekiere liet er geen gras over groeien. Zijn plan slaagde volkomen en Vichte had zijn eerste school. De eerste onderwijzer werd Pieter Germonprez uit Kerkhove die de taak aanvaardde tegen een jaarwedde van 106 Bfr. naast kosteloze huisvesting. Toen in 1830 bleek dat de inrichting 640 Bfr. meer had gekost dan voorzien, wist hij ook deze financiële moeilijkheid op te lossen.

Enkele maanden later werd België onafhankelijk en … burgemeester Gekiere moest de plaats ruimen voor Ivo Van Tieghem, een zoon van Jacobus Van Tieghem, de eerste gediplomeerde geneesheer op de gemeente. Ivo Van Tieghem was wel een knap handelaar, maar geen Gekiere. Reeds op de eerste gemeenteraadszitting (24 november 1830) van de nieuwe gemeenteraad stelde hij voor de post “jaarwedde van de onderwijzer” te schrappen. Hij vertelde namelijk dat zijn kozijn Frederic Descheemaecker in zijn huis een degelijke school zou oprichten en … het zou de gemeente geen stuiver kosten.

De meester zou het begonnen schooljaar mogen voltooien. Daarna zou men van de school twee woonhuizen maken en die verhuren. Het ene huis richtten ze in als spinschool, “Dan zijn de meisjes ook geriefd”. Zo werd de eerste gemeentelijke school van Vichte reeds na twee jaar opgedoekt.

EEN SPINSCHOOL

Het vroegere schoollokaal was nu een spinschool geworden waar de arme meisjes iets konden leren. Het gesponnen garen, verkocht Treeske Vanderschelde (de meesteres) aan de wevers van de gemeente. Voor wie het kon betalen werd de kostschool (van Frederic Descheemaecker) opgericht.

In 1836 werd Jan Verschuere (echtgenoot van Treeske) aangesteld om onderwijs te geven aan de jongens. Uit de spinschool, is in feite de latere meisjesschool gegroeid.

In 1842 werd in het parlement een schoolwet gestemd, waarbij iedere gemeente verplicht werd een eigen school te hebben. De Vichtse gemeenteraad voelde er niet veel voor hier op in te gaan en liet de zaken draaien zoals ze draaiden.

Weldra werd de gemeente van hogerhand op haar vingers getikt en men mocht dan al aanvoeren dat er twee scholen waren waar ook de armen terecht konden, naast een bekende kostschool, er hielp geen lievemoederen aan. Men moest zich aan de schoolwet onderwerpen.

In 1845 werd dan beslist beide scholen “aan te nemen”. Zo werd J.P. Peers “aangenomen onderwijzer”, Treeske Vanderschelden “aangenomen onderwijzeres” en bestonden op de gemeente twee aangenomen scholen naast de bloeiende kostschool.

EEN KANTWERKSCHOOL

Dat jongens de school bezochten om te leren lezen, schrijven en rekenen, dat konden onze voorouders nog tot op een zekere hoogte begrijpen, maar wat hadden de meisjes in ‘s hemelsnaam nu aan geleerdheid ? Ze moesten toch maar kunnen het huishouden verrichten en zo mogelijk met spinnen iets bijverdienen. Het past hier ook even te benadrukken dat het spinnen in onze streken in die tijd een belangrijke mededinger had gekregen in het kantwerken.

Al spoedig zag de overheid in dat men met een kantwerkschool beter zou gediend zijn dan met een spinschool en men besloot dan ook er een op te richten. In 1846 telde ze reeds 32 leerlingen en leerden er de meisjes ook lezen, rekenen en schrijven. De school was in de huidige herberg “De Watermolen”.

In maart 1872 diende de lerares haar ontslag in. Een werkelijke opvolgster kreeg ze niet. Het was de echtgenote van meester Samijn die nu de zorg voor het onderricht aan de meisjes op zich nam, met alle gevolgen van dien. De meisjesschool liep leeg. De meeste meisjes trokken nu naar “Den Belgiek” om er bij Stina en bij Marina hun “studies” verder te zetten. In 1876 werd het plaatselijk onderwijs hervat, dit keer stevig en definitief, in de lokalen van een splinternieuwe gemeenteschool.

DE GEMEENTESCHOOL IN NIEUWE GEBOUWEN

In januari 1863 drong de districtcommissaris van Kortrijk er op aan een fatsoenlijke gemeenteschool te bouwen. De brief werd netjes opgeborgen en daarmee meenden het gemeentebestuur dat de kous af. Intussen zou men het oude gebouw wel eens degelijk opknappen. Uit Kortrijk kwam het bericht dat opknappen geld op straat werpen was, want men MOEST een nieuwe school oprichten. De gemeenteraadsleden waren daarmee zeer verveeld en schreven het volgende terug : “Zohaast wij een terrein hebben gevonden zullen wij het U dadelijk mededelen !”

Dat zoeken naar een terrein duurde nog tot 1869. Sinds 1868 was namelijk het station van Vichte in dienst genomen, de Stationsstraat veel aan belang gewonnen en men besloot die baan recht te trekken. Het terrein tussen de oude en de nieuwe straat zou het ideale terrein worden waar men de nieuwe school kon op bouwen (huidige gemeenteschool).

Het duurde nog tot 1873 voor men de betrokken percelen grond kon kopen. Het terrein besloeg een oppervlakte van 5216 m2 en kostte ongeveer 1,17 Bfr. per vierkante meter. Architect Brine uit Kortrijk kreeg opdracht de plannen te maken. Twee klaslokalen voor ieder 98 leerlingen met twee gerieflijke woonbuizen voor de leerkrachten. De nieuwe school werd in gebruik genomen op 10 oktober 1876. Ze bestond uit één klas voor de jongens en één klas voor de meisjes. In het ene schoolhuis woonden 4 zusters van de H. Jozef uit leper. Zuster Borgia (Nathalie Morisse) hield de teugels in handen. De kleuters werden aan zuster Gabriëlle in de keuken toevertrouwd.

In het andere schoolhuis nam meester Eggen zijn intrek. We komen op hem terug bij de behandeling van de schoolstrijd te Vichte. In 1878 had hij 35 kosteloze leerlingen.

DE SCHOOLSTRIJD

Bij de parlementsverkiezingen van juni 1878 leden de “katholieken” de nederlaag tegen de “liberalen”. In juli 1879 liet de liberale minister Van Humbeek een nieuwe schoolwet stemmen, waarbij gemeentebesturen geen vrije scholen meer mochten aannemen. Godsdienst werd afgeschaft als verplicht leervak, maar mocht nog vóór en na de klasuren gegeven worden door priesters.

Deze wet gaf aanleiding tot een hevige schoolstrijd in heel het land en ook te Vichte. Wanneer na de vakantie de schoolpoorten weer open gingen, zag de burgemeester met lede ogen hoe talrijke ouders hun kinderen niet meer naar de gemeenteschool stuurden. De enige onderwijzer meester Eggen, stapte dan ook resoluut de weg van het verzet op en hij liet dadelijk een huis bouwen (nu Beukenhofstraat 53). Meester Eggen verliet het schoolhuis om zijn intrek te nemen in de nieuwe woning. Daar had hij links een lokaal voorzien als klas voor de jongens. Rechts hield zijn echtgenote Sidonie Wante een winkel open. Tussendoor hield ze zich met de kleuters bezig.

Intussen zaten de “‘katholieken” ook niet stil. Er werd een comité gesticht dat een vrije katholieke school zou oprichten. De 79-jarige pastoor Maes werd voorzitter van dit comité terwijl oud-burgemeester Frederik Verhaeghe als ere-voorzitter het comité patroneerde. Onderpastoor Frederik Depoorter was schrijver-schatbewaarder. Nu was het zo dat zuster Borgia nog altijd gemeentelijke onderwijzeres was. Kort voor de scholen weer zouden heropenen kreeg ze van de burgemeester een brief, waarin haar werd gevraagd of ze zich zou schikken naar de bepalingen van de nieuwe wet. Heel lang moest zuster Borgia over haar antwoord niet nadenken, ze stuurde de gemeenteraad haar ontslag. De eerste zorg was de nodige lokalen vinden voor de meisjes.

Pastoor Maes kon Frederik Mores, die een koeplekske uitbaatte bij de beek (nu café De Watermolen en het huis ernaast) overhalen naar Zwevegem te verhuizen. Daar bezat de pastoor een hoevetje en Frederik Mores kreeg het tegen zeer aantrekkelijke voorwaarden in pacht. In het verlaten gebouw werd dan een tweeklassige meisjesschool ingericht. De heer Meyers uit Antwerpen, die in 1817 het kasteel met bijgaande eigendommen had gekocht, liet voor de zusters op de ernaast liggende grond een woonhuis bouwen.

Bijna alle meisjes trokken met de zuster mee. De zusters huisden in een paar kamers van het gewezen boerderijtje tot hun nieuw woonhuis klaar was. Op dat ogenblik was de toestand op schoolgebied te Vichte dus als volgt:

1. De gemeenteschool, bestaande uit twee klassen, een voor jongens en een voor meisjes.

2. De vrije jongensschool, gehouden door meester Eggen, in zijn woning.

3. De vrije meisjesschool, bestuurd door zuster Borgia.

Bij de wetgevende verkiezingen van 1884 leden de liberalen de nederlaag en meteen was ook in het land de schoolstrijd geluwd.

NA DE SCHOOLSTRIJD

Er bestond nu een vrije school en de geestelijke overheid besliste deze school in stand te houden. De gemeenteraad besloot daarop de gemeentelijke meisjesschool op te heffen en de helft van het schoolgebouw met klassen, meubelen en woonhuis aan de vrije meisjesschool in huur aan te bieden. Juffrouw Schollaert werd ter beschikking gesteld.

Zuster Borgia, intussen wederom met het bestuur van de meisjesschool belast, stemde met het voorstel in. Na de Paasvakantie 1885 verlieten ze de Watermolen en werd de oostelijke helft van de gemeenteschool dan ook door de zusters en hun leerlingen ingenomen.

DE MEISJESSCHOOL NA 1885

Vóór de schoolstrijd was het zo, dat Zuster Borgia en Zuster Antonia samen in hetzelfde lokaal lesgaven elk aan één groep. In “De Watermolen” had iedere groep over een lokaal kunnen beschik en er was ook een afzonderlijk lokaal voor de bewaarklas. Toen men terug naar de gemeentegebouwen trok, vroegen de zusters om het bestaande lokaal, dat de helft van het huidige voorgebouw uitmaakte, in drie delen zou gesplitst worden. Dit werd door de gemeenteraad aanvaard. In het aan de meisjes voorbehouden deel van het voorgebouw werd een muur gemetseld in de breedte en één van de aldus bekomen ruimten werd nog eens door een langsmuur in tweeën verdeeld. Weldra bleek deze indeling ook niet zo ideaal en in 1892 werd de muur in de lengteas gesloopt en vervangen door een muur in de breedte. Zo hadden deze beide lokalen een toegang rechtstreeks naar de speelplaats.

Intussen was zuster Borgia in 1886 vervangen door zuster Chantal en in 1897 werden alle zusters die les gaven vervangen. De nieuwe overste werd zuster Angèle die bijgestaan werd door Zuster Eugenie. Zuster Lucie stond in voor de bewaarderkens tot ze in 1899 vervangen werd door zuster Ursula.

In 1900 werden de oudste knapen onder de bewaarderkens ondergebracht in een afzonderlijk lokaaltje, waar ze door zuster Germaine werden onderwezen. Dit lokaaltje was het zogenaamde “Hennekotse”, een lokaaltje tussen woonhuis en schoolgebouw, waar de zusters o.a. hun kippevoer bewaarden. In dit lokaaltje konden in de twintigerjaren de veraf wonende leerlingen ‘s middags blijven eten.

Toen kwam het “grote” jaar 1906. De meisjes kregen aan de oostzijde van de speelplaats twee nieuwe, ruime lokalen met een gang tussenin. Ze werden betrokken door zuster Eugenie en zuster Germaine, die de “bewaarderkens” verliet en er vervangen werd door ‘zuster Placide.

De binnenmuren van het voorgebouw moesten er weer aan geloven. Het gebouw werd in drie klassen ingedeeld, waarvan twee voor de jongensschool bestemd waren. Het derde diende als bewaarklas. In 1907 kwam zuster Tharsilla zuster Eugenie vervangen.

Toen zuster Placide in 1911 niet minder dan 140 leerlingen onder haar hoede kreeg, kwam er nog een 141de zich aanmelden, namelijk André Vandemeulebroucke, de latere bakker. Dit deed bij de zuster de maat overlopen. Na veel gepalaber werd de bewaarklas nog maar eens in twee klassen gesplitst !

Het tweede klasje kreeg zuster Martina als leerkracht toegewezen.

Toen kwamen de oorlogsjaren. De grote lokalen uit 1906 waren nogal eens door de bezetters bezet en de meisjes kregen dan onderricht in het Oudemannenhuis of in het woonhuis van de zusters. Soms ook al eens in de kerk.

In 1914 wordt de wet op de leerplicht van kracht. Door het uitbreken van de oorlog zal de werkelijke toepassing tot na de oorlog worden uitgesteld. In 1918 had dit gebouw te lijden van de beschieting en het naderende front maakte alle schoolleven onmogelijk. Achteraf werd weer hier en daar les gegeven.

In 1919 voelde men volop de nood aan een eigen schoolgebouw. Door de toename van het aantal leerlingen ten gevolge van de leerplichtwet. werd een derde klas opgericht die een onderdak vond in een bovenkamer van het schoolhuis. De titularis werd zuster Donatilla. In 1920 kwam zuster Lucie terug naar Vichte om er zuster Martina te vervangen.

In 1924 werd dan de grote stoot gegeven. De zustercongregatie van St.-Jozef van Ieper kocht langs de Kerkdreef, op de hoek met de kerkwegel. een stuk bouwgrond waar drie klassen, met een overdekte speelplaats met sanitair werden opgetrokken.

Kort vóór de gebouwen klaar kwamen, in september 1925, werd zuster Tharsilla, die sinds 18 jaar te Vichte de grootste meisjes onder haar hoede had, tot algemene overste verkozen. In vervanging werd aan de school de eerste leke-onderwijzeres benoemd, juffrouw Anna Delesie uit Vichte.

In oktober betrok men het gebouw. In 1928 moest men reeds een vierde lokaal bijbouwen en in 1932 kwamen er nog twee lokalen bij. Dan verliet men volledig de gemeentelijke klaslokalen.

Het jaar daarop kwam het woonhuis van de zusters klaar en verhuisden ze naar de Kerkdreef.

Maar daarmee is de bouwgeschiedenis van de meisjesschool nog niet af.

1937 : Een zevende lokaal wordt gebouwd voor een derde bewaarklas.

1938 : De twee lokalen dichtst bij het kloosterhuis worden opgetrokken en een lokaaltje er naast wordt kookklas.

Op dat ogenblik waren er vijf lagere klassen en drie bewaarklassen.

De oorlogsgebeurtenissen van 1940 brachten obusschade mee aan het woonhuis, waar de kapel werd vernield. De schoolgebouwen zelf bleven gespaard.

In 1941 werd een zesde lagere klas opgericht die in 1947, wanneer juffrouw judith De Praeter op rust gaat, weer wegvalt.

Met Pasen 1948 werd een vierde bewaarklas opgericht en in 1949 zijn er voldoende leerlingen opdat het schoolhoofd van klashouden zou worden ontslagen. Zuster Monique neemt haar intrek in ‚’en bureeltje tussen de klassen in en wordt als lesgeefster vervangen door Juffrouw Lutgarde Schaek uit Stasegem.

In 1953 kon de zesde lagere klas weer worden opgericht en in 1958 kwam er zelfs een zevende klas, die terug wegviel met het afschaffen van de vierde graad in 1968.

Dat intussen ook weer gebouwd en verbouwd werd spreekt vanzelf. In 1954 werd boven de oudste lokalen eveneens een verdieping opgetrokken, zodat het hele klassencomplex nu twee verdiepingen telt. De sanitaire inrichtingen werden in 1955 gemoderniseerd

Van 1960 to 1988 bestond er ook een technische avondschool.

In 1964 werd het Paviljoentje opgericht, dat aanvankelijk als turnzaal bedoeld was, later als refter deed en nu als zomerklasje gebruikt wordt.

Bewerking door Leen Faveere en Yves Vandendriessche op teksten van Leonard Blockeel over de geschiedenis van de Vichtse scholen

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *